Dr. Edward Bach arts, homeopaat en bacterioloog

Dr. Edward Bach werd 24 september 1886 in Mosely, een buitenwijk van Birmingham, geboren. Zijn vader was bronsgieter in een metaalgieterij en hiermee kon hij zijn gezin onderhouden. Hij werkte na zijn schooltijd een aantal jaren met zijn vader samen in de metaalgieterij. Tot hij in 1907 aan de Universiteit van Birmingham geneeskunde mocht studeren. 

In 1912 was dr. Edward Bach afgestudeerde van het University College Hospital in Londen en trouwde een jaar later met zijn eerste vrouw. In 1913 startte hij zijn huisartsenpraktijk en gelijktijdig kreeg hij ook een aanstelling in het University College Hospital en in het National Temperance Hospital.

Dr. Bach was naast arts ook chirurg en deed veel bacteriologisch en immunologisch onderzoek. Hij ontdekte dat bepaalde ziektekiemen in de darmflora in relatie stonden tot chronische ziekten en huidziekten. Zijn brede kennis maakte hem zeer succesvol. 

Hij werkte mee aan de ontwikkeling van vaccins, waarmee hij vele levens wist te redden. Maar toch stond hij niet achter deze drastische benadering. Al langer merkte hij bij zijn patiënten dat factoren zoals stress en trauma van invloed waren op het ziekteverloop en op het vermogen tot herstel.

Omdat dr. Edward Bach zelf ook veel stress ondervond, waardoor het niet goed ging met zijn gezondheid, stopte hij met zijn werk bij het National Temperance Hospital en besloot het een poosje rustiger aan te doen. Hij zette zijn eigen praktijk voort in Harley Street te Londen.

In 1917 overleed zijn eerste vrouw en nog geen maand later trouwde dr. Edward Bach opnieuw. Met zijn gezondheid ging het bergafwaarts en uiteindelijk moest hij geopereerd worden aan miltkanker, waarbij de artsen hem een levensverwachting van nog maar 3 maanden gaven. 

Na zijn operatie stortte hij zich volledig op zijn bacteriologische onderzoeken. Maandenlang werkte hij dag en nacht, nam veel te weinig slaap en at ongezond, maar na een lichamelijk onderzoek van zijn artsen werd hij toch genezen verklaard. Dr. Bach vond dat zijn roeping hem had genezen.

Van 1919 tot 1922 maakte dr. Edward Bach een nieuwe stap in zijn carrière als patholoog-bacterioloog in het Homeopathic Hospital in Londen. Ook zette hij in Parc Crescent een laboratorium op en bleef praktijk houden in Harley Street. De homeopathische visie van Hahnemann sprak hem enorm aan en in plaats van vaccinaties ontwikkelde hij nosoden. 

Dr. Edward Bach werd gevraagd om de relatie tussen bloedvergiftiging van het darmkanaal en chronische ziekten te onderzoeken. Zo kon hij 7 verschillende groepen darmflora onderscheiden en bereidde daar homeopatische nosoden van, die hij oraal toediende aan zijn patiënten. De nosoden hadden een functie om het darmkanaal te reinigen. 

Tijdens zijn onderzoek deed hij een belangrijke ontdekking: de 7 nosoden dienden te worden vergeleken met de emotionele gesteldheid en niet met de verschillende groepen darmflora of de ziekte van de patiënt. Tot op de dag van vandaag worden de 7 nosoden binnen de klassieke homeopathie nog steeds toegepast.

Door zijn opgedane kennis en ervaring, concludeerde dr. Bach ook dat homeopathie werkte, maar te complex was en niet binnen ieders handbereik lag. Hij vond dat er een relatie bestond tussen de gemoedstoestand van een individu en ziekteontwikkeling. Ziekte kon vermeden worden door in harmonie te zijn tussen de persoonlijkheid (verstand en gevoel) en het wilsaspect (diepste verlangen) van onze ziel. 

Dr. Edward Bach was door zijn eigen experimenten met bloesems er van overtuigd dat de genezing direct in de natuur te vinden was. In 1928 ontdekte hij voor het eerst de bloesems Impatiens en Mimulus op het Engelse platteland en prepareerde deze bloesems volgens zijn specifieke zonnemethode. 

Inmiddels had hij zijn patiënten onderverdeeld in persoonlijkheidsgroepen en diende de bloesems toe aan die patiënten die binnen 2 persoonlijkheidsgroepen vielen. Clematis werd hieraan toegevoegd. De resultaten waren zo veelbelovend dat hij steeds minder met nosoden werkte en zelfs volledig met de nosoden kon stoppen, omdat hij gerichte bloesems had ontwikkeld die voldeden aan zijn verwachtingen. Niet alleen mensen, maar ook dieren bleken baat te hebben bij bloesem remedies. 

In 1930 verhuisde dr Bach samen met Nora Weeks, een röntgenlaborante, naar het platteland van Wales om daar zijn goede werk voort te zetten. Hij wilde nog meer helende planten vinden en zijn natuurgeneeskundige visie verder vorm geven. Tot 1934 besteedde hij in de lente en zomer veel tijd aan het ontdekken van nieuwe remedies. 

’s Winters bood hij hulp en gaf adviezen aan een ieder die daarom vroeg. Vaak verbleef hij dan aan de kust in Cromer, waar hij Victor Bullen leerde kennen. Zij werden goede vrienden en collega’s.

Dr. Edward Bach en Nora Weeks verhuisden in 1934 naar Oxfordshire en betrokken een huis genaamd Mount Vernon. In de prachtige omgeving vond hij de overige remedies, die hij via de kookmethode bereidde. Hiermee maakte hij de reeks remedies compleet.

Eind 1935 was Dr. Edward Bach zeer tevreden over de uitwerking van zijn bloesemtherapie en in 1936 bekrachtigde hij de 38 remedies in de definitieve versie van zijn boek ‘The Twelve Healers and Other Remedies’. Al zijn voorgaande geschriften vernietigde hij om verwarring te voorkomen. 

Dr. Edward Bach overleed op 27 november 1936 vredig in zijn slaap. Hij werd ‘slechts’ 50 jaar, maar leefde bijna 20 jaar langer dan de artsen hem hadden voorspeld.

Vrienden en collega’s Nora Weeks en Victor Bullen zetten het waardevolle werk van dr. Edward Bach voort. Heden ten dage is het Bach Centre nog steeds gevestigd in het huis van dr. Edward Bach, Mount Vernon, waar educatie in Bach bloesem therapie wordt gegeven en seminars bijgewoond kunnen worden.